Hoofdcompetenties
Het College van Bestuur heeft de
volgende competenties primair proces vastgesteld.
Carrièreladder:
| Instructeur |
carrièrepatroon 8 functie |
| Tutor |
carrièrepatroon
9 functie |
| Leraar |
carrièrepatroon
10 functie (LB) |
| Senior Leraar |
carrièrepatroon
11 functie (LC) |
Zeven competenties
De hoofdcompetenties zijn voor iedere functie hetzelfde, maar worden per functie ingedeeld naar bekwaamheidseisen in vier niveaus, zie de toelichting bij de functieprofielen.
1. Pedagogisch competent
2. Vak- en didactisch competent
3. Organisatorisch competent
4. Interpersoonlijk competent
5. Competent in samenwerking met collega's
6. Competent in samenwerking met de omgeving
7. Competent in reflectie en ontwikkeling
Pedagogisch competent
De medewerker primair proces moet er samen met anderen in het college voor zorgen dat het college in alle opzichten een veilige gemeenschap is waarin leerlingen positief en als unieke, zich ontwikkelende individuen in ontwikkeling tegemoet worden getreden. Als geen ander dragen medewerkers primair proces binnen het college de verantwoordelijkheid voor de normen en waarden. Zij hebben een voorbeeldfunctie voor de leerlingen. In het werken met leerlingen -als individuen, als groep- gaat het erom, dat de medewerker primair proces i.s.m. collega's de leerlingen helpt om zowel binnen als buiten de les zelfstandig en zelfverantwoordelijk te worden in relatie tot hun leerproces. Een pedagogisch competente medewerker zorgt voor een veilige leeromgeving.
Dat betekent dat hij/zij ervoor zorgt:
- Dat zijn/haar leerlingen zich op hun gemak voelen;
- Dat hij/zij recht doet aan de verschillen tussen leerlingen en deze benut;
- Dat zijn/haar leerlingen zich ondanks alle onderlinge verschillen gewaardeerd voelen;
- Dat zijn/haar leerlingen op een fatsoenlijke en respectvolle manier met elkaar omgaan;
- Dat zijn/haar leerlingen kunnen laten zien dat ze kwaliteiten hebben die van waarde zijn en ertoe doen;
- Dat zijn/haar leerlingen initiatieven kunnen nemen en naar vermogen zelfstandig kunnen werken;
- Dat hij/zij uitgaat van leerderskenmerken.
Vak- en didactisch competent
Leren is het effect van wat leerlingen bewust en gemotiveerd doen. De medewerker primair proces moet ervoor zorgen dat de leerling in een krachtige leeromgeving aan het werk is en in toenemende mate leert zelfstandig en zelfverantwoordelijk te leren. Het gaat erom dat de leerling betrokken en gemotiveerd leert. De medewerker primair proces geeft daarbij zelf het goede voorbeeld door zijn/haar professioneel meesterschap en enthousiasme. Ook zorgt de medewerker primair proces voor zinvolle en hanteerbare leerinhouden en leeractiviteiten en voor een dynamisch evenwicht tussen uitdagingen en hulp, tussen onzekerheid en structuur en tussen zelf doen, samendoen en voordoen.
Dat betekent dat hij/zij ervoor zorgt:
- Dat hij/zij leervragen en leerproblemen signaleert en daarop adequaat reageert;
- Dat hij/zij onderwijsproblemen op vakinhoudelijk en vakdidactisch terrein signaleert en daarvoor oplossingen aandraagt;
- Dat hij/zij de plaats van vakdomeinkennis in de opleiding aangeeft;
- Dat hij/zij vakoverstijgend kan werken: duidelijk kan maken welke functie het eigen vak in het uiteindelijke beroepenveld heeft;
- Dat hij/zij zich in kan leven in verschillende culturen;
- Dat hij/zij kennis heeft van de nieuwste ontwikkelingen op leerpsychologisch en didactisch gebied;
- Dat hij/zij weet welke ontwikkelingen in het eigen vakgebied plaatsvinden en deze vertaalt naar de eigen lessituatie (bijvoorbeeld nieuwe technieken in de leerlijn opnemen).
Organisatorisch competent
Het is de verantwoordelijkheid van de medewerker primair proces om ervoor te zorgen dat leersituaties voldoende gestructureerd, overzichtelijk en ordelijk zijn, zodat de leerlingen optimaal tot leren kunnen komen. Ook hier gaat het om een dynamisch evenwicht tussen structuur en onzekerheid, regulering en ruimte. Leerlingen verschillen immers in hun behoeften op dit gebied en moeten bovendien in toenemende mate zelf verantwoordelijk kunnen zijn voor hun (leer)omgeving.
Dat betekent dat hij/zij ervoor zorgt:
- Dat hij/zij leerprocessen faciliteert;
- Dat hij/zij een vorm van tijd- en taakmanagement hanteert;
- Dat hij/zij in complexe of onverwachte situaties adequate maatregelen treft;
- Dat hij/zij werkt in teamverband binnen de organisatie;
- Dat hij/zij ervoor zorgt dat de lessen nooit uitvallen;
- Dat hij/zij ervoor zorgt dat iedere leerling een leerroute kan uitstippelen, die bij hem of haar past.
Interpersoonlijk competent
Het is de verantwoordelijkheid van de medewerker primair proces om de dynamiek in leersituaties op een deskundige manier te leiden en dat er een prettig leef- en werkklimaat heerst.
Dat betekent dat hij/zij ervoor zorgt:
- Dat hij/zij problemen bij leerlingen signaleert en daar adequaat op reageert;
- Dat hij/zij informatie inwint bij anderen indien dat nodig blijkt;
- Dat hij/zij signalen die hij/zij ziet bespreekt met collega's;
- Dat hij/zij om kan gaan met verschillende groepen en culturen.
Competent in samenwerking met collega's
De verantwoordelijkheid van de medewerker primair proces is in alle opzichten een gedeelde verantwoordelijkheid. Samen met collega's is hij/zij binnen een onderwijsresultaatverantwoordelijk team verantwoordelijk voor het onderwijs en de waarden en normen die door het college uitgedragen worden. Hij/zij is er ook mede verantwoordelijk dat samenwerking en overleg plaatsvinden en dat er gezamenlijk effectief en efficiënt gewerkt wordt aan ontwikkeling en vernieuwing.
Dat betekent dat hij/zij ervoor zorgt:
- Dat hij/zij resultaatverantwoordelijk handelt volgens de strategische kadernotitie;
- Dat hij/zij het team- en collegebelang boven het eigen belang laat prevaleren;
- Dat hij/zij kritiek niet persoonlijk opneemt maar op een zakelijke en functionele manier bespreekt met de ander;
- Dat hij/zij openstaat voor ideeën van anderen en daarin meedenkt;
- Dat hij/zij teamverantwoordelijkheid kan dragen ten behoeve van het onderwijsleerproces en ook de sterktes en zwaktes van het team kan benoemen;
- Dat hij/zij collega's helpt wanneer hij ziet dat zij ergens niet uitkomen.
Competent in samenwerking met de omgeving
Bij alle contacten met mensen en instellingen buiten de school draagt de medewerker primair proces in zijn/haar opvattingen en handelen op positieve wijze de normen, waarden en onderwijskundige opvattingen uit waar het college voor staat. Waar wenselijk in die contacten moet hijzij zijn/haar waarnemingen, opvattingen handelen, communiceren, afstemmen en verantwoorden.
Dat betekent dat hij/zij ervoor zorgt:
- Dat hij/zij op de hoogte blijft van ontwikkelingen binnen de eigen beroepsgroep en anticipeert op mogelijke veranderingen en eindtermen;
- Dat hij/zij weet welke ontwikkelingen in het po, vmbo , mbo en hbo plaatsvinden en wat de consequenties daarvan zijn;
- Dat hij/zij op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen in het beroeps- en bedrijfsleven;
- Dat hij/zij zich een waardig ambassadeur van het college toont.
Competent in reflectie en ontwikkeling
De medewerker primair proces is verantwoordelijk voor het op peil houden, verbeteren en verder ontwikkelen van de eigen professionele bekwaamheid. Met een reflectieve houding stemt hij/zij zijn/haar beroepsuitoefening af op de praktijk van collega's, aan actuele ontwikkelingen in de onderwijspraktijk en aan de ontwikkelingen in relevante theorieën. De medewerker primair proces is ook mede verantwoordelijk voor de onderwijsverbetering en de organisatieontwikkeling binnen het college en levert daar naar vermogen een bijdrage aan.
Dat betekent dat hij/zij ervoor zorgt:
- Dat hij/zij planmatig aan de ontwikkeling van zijn/haar bekwaamheid werkt op basis van een analyse van sterke en zwakke punten in zijn/haar bekwaamheid;
- Dat hij/zij gebruik maakt van feedback van leerlingen en collega's en van collegiale hulp in de vorm van intervisie;
- Dat hij/zij kritisch reflecteert op zijn/haar eigen functioneren en dat hij/zij adequaat en correct omgaat met feedback;
- Dat hij/zij verbeterpunten in zijn/haar werkwijze aan kan geven;
- Dat hij/zij streeft naar persoonlijk meesterschap.